Vrouw moet ruim 177.000 euro bijstand terugbetalen na verzwijgen vastgoed in Marokko
- Redactie
- 14-09-2026
- Misdaad & Recht
HOOFDDORP - Een vrouw uit Hoofddorp moet ruim 177.000 euro aan bijstand terugbetalen aan de gemeente Haarlemmermeer. Ze had niet gemeld dat ze vastgoed in Marokko bezat en inkomsten uit verhuur ontving. De rechtbank Noord-Holland heeft op 28 augustus geoordeeld dat de gemeente het geld terecht terugvraagt.
Het gaat om bijstand over ruim twaalf jaar: van 1 september 2009 tot en met 16 september 2021. Doordat de vrouw onvoldoende informatie gaf over haar bezit en huurinkomsten, kon de gemeente niet bepalen op hoeveel bijstand zij in die periode recht had.
Onderzoek na anonieme melding
De vrouw ontvangt sinds april 2007 bijstand. In 2018 kreeg de gemeente een anonieme melding dat zij twee huizen in Marokko zou hebben. In oktober 2020 volgde opnieuw een melding over huizenbezit. Bij het onderzoek dat daarop volgde, werd het Internationaal Bureau Fraude-informatie ingeschakeld.
Uit de verzamelde documenten bleek volgens de gemeente dat de vrouw eigenaar of mede-eigenaar was of was geweest van drie panden in Marokko. Ook had zij inkomsten uit verhuur ontvangen. Die informatie had zij niet doorgegeven.
Onduidelijk bleef hoeveel het vastgoed waard was, hoe het was betaald en wat er bij eventuele verkopen met de opbrengst was gebeurd. Voor verder onderzoek in Marokko was een machtiging van de vrouw nodig. Die gaf zij niet.
Vrouw betwistte het bezit
De vrouw was het niet eens met de terugvordering. Volgens haar ging een deel van de zaak over een klein aandeel in familiegrond. Ze stelde dat ze niet van dat erfdeel wist en er nooit over had kunnen beschikken.
Ook wees ze op documenten waaruit volgens haar bleek dat zij geen woningen of ander vastgoed in Marokko op haar naam had. Daarnaast betwistte ze de geldigheid van een Marokkaanse notariële akte.
De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechters waren de onderzochte documenten wel voorzien van de benodigde stempels en handtekeningen. Dat de vrouw stelt nu geen vastgoed meer op haar naam te hebben, zegt bovendien niets over haar bezit in de jaren waarover de gemeente geld terugvraagt.
Waarde bleef onduidelijk
Volgens de rechtbank staat vast dat de vrouw het vastgoed niet heeft gemeld. Zij leverde ook geen stukken waarmee de waarde kon worden bepaald en werkte niet mee aan verder onderzoek daarnaar. Daardoor was zelfs een schatting van haar recht op bijstand niet mogelijk.
De gemeente vroeg haar advocaat in maart 2025 nog of zij alsnog openheid van zaken wilde geven. Daarop kwam geen reactie.
De vrouw voerde aan dat zij door haar gezondheidsproblemen niet in staat was beslissingen te nemen of een machtiging te geven. De rechtbank vond echter niet aangetoond dat zij, eventueel met hulp van anderen, niet aan het onderzoek had kunnen meewerken.
Gezondheidsklachten veranderen de uitkomst niet
De vrouw wees ook op haar psychische klachten en de financiële en sociale gevolgen van de terugvordering. Ze vond het bedrag en de periode waarover zij moest terugbetalen buiten verhouding.
De rechtbank twijfelt niet aan de ernst van haar klachten. Maar volgens de rechters heeft zij onvoldoende onderbouwd dat de terugvordering tot onaanvaardbare gevolgen leidt. Ook is niet aangetoond dat haar bestaande medische klachten daardoor ernstig zijn toegenomen.
De gemeente mocht daarom vasthouden aan de terugvordering van 177.226,12 euro. Met eerder bestaande vorderingen erbij stond in het gemeentelijke besluit een totale openstaande schuld van 191.027,21 euro.
Bijstand loopt wel door
De gemeente besloot de bijstand vanaf 17 september 2021 voort te zetten. Daarbij speelden de persoonlijke omstandigheden van de vrouw en de mogelijke maatschappelijke gevolgen van stopzetting een rol.
In het besluit staat dat vanaf september 2023 maandelijks 60,83 euro op haar uitkering wordt ingehouden voor de afbetaling. Dat was 5 procent van haar uitkering. Bij het innen van de schuld houdt de gemeente rekening met het bedrag dat zij minimaal moet overhouden om van te leven.
Door de uitspraak blijft het besluit van de gemeente staan. De vrouw krijgt haar proceskosten en het betaalde griffierecht niet vergoed. Ze kan binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.